Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011

Alinea 83 Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0619.

22. [appellant] heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat [geïntimeerden] zich onvoldoende heeft ingespannen om hem bij haar de opleiding te laten afronden, de stelling opgeworpen dat [geïntimeerden] hem willens en wetens zou hebben tegengewerkt, ter adstructie waarvan hij verklaringen van [X] en [Y] in de memorie van grieven heeft aangehaald (nr. 55 en 56). Het hof acht deze verklaringen behoudens het hierna volgende te weinig geconcretiseerd om te kunnen dienen als voldoende onderbouwing van de stelling van [appellant] dat [geïntimeerden] zich onvoldoende heeft ingespannen om hem bij haar de opleiding te laten afronden. Aan het relaas van [X] dat [geïntimeerde 2] bij het afnemen van de mondelinge tests door de chef-vlieger ging zitten met de wetenschap dat [appellant] daar erg zenuwachtig van werd, terwijl ze hoopte dat hij zou falen, gaat het hof voorbij, omdat niet is gesteld of gebleken dat [geïntimeerde 2] zich tijdens het afnemen van deze tests onheus tegenover [appellant] heeft gedragen. Ook als andere studenten bij de praktijklessen voorgingen, zoals [appellant] heeft opgeworpen, betekent dit naar het oordeel van het hof nog niet dat [geïntimeerden] [appellant] zou hebben tegengewerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6944ca2dc3fc0c28422365388ba39659d9254434ce5f9b1c3c5f3e9a18e35c85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6944ca2dc3fc0c28422365388ba39659d9254434ce5f9b1c3c5f3e9a18e35c85, en de alinea staat in dat document op bytes 21391 tot 22627.