Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011
Alinea 98 Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0619.
35. Het hof zal thans op de voet van art. 6:233 aanhef en a BW onderzoeken of, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de algemene voorwaarden van [geïntimeerden] zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, het beding van art. 4 lid 2 van de overeenkomst voor [appellant] onredelijk bezwarend is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6944ca2dc3fc0c28422365388ba39659d9254434ce5f9b1c3c5f3e9a18e35c85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6944ca2dc3fc0c28422365388ba39659d9254434ce5f9b1c3c5f3e9a18e35c85, en de alinea staat in dat document op bytes 27509 tot 27922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6944ca2dc3fc0c28422365388ba39659d9254434ce5f9b1c3c5f3e9a18e35c85 | shasum -a 256