Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 22 februari 2011

Alinea 47 Gerechtshof Leeuwarden 22 februari 2011

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 22 februari 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2887.

4.1 Belanghebbende heeft in zijn aangifte de windturbine en de ondergrond daarvan tot het inkomen uit sparen en beleggen gerekend. In het arrest van de Hoge Raad van 23 april 2010, nr. 08/04843, LJN BJ7956, BNB 2010/244 heeft de Hoge Raad geoordeeld, dat – kort gezegd – de exploitatie van een windturbine, waarbij de opgewekte stroom aan een energieleverancier wordt geleverd, is aan te merken als het drijven van een onderneming. In hoger beroep doet belanghebbende zijn toerekening aan het inkomen uit sparen en beleggen, onder verwijzing naar genoemd arrest, nog enkel steunen op een beroep op het vertrouwensbeginsel welk vertrouwen door de staatssecretaris van Financiën zou zijn gewekt in de beantwoording van Kamervragen en in het Besluit van 28 januari 2003, CPP2002/3807M, BNB 2003/133, inzake de belastbaarheid van beleggingen in teak- en andere houtproducten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1953a3fd10af1711b4d5a5f37ae6b7ec9cf5b5abe41a81a20cb20686bf8db10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1953a3fd10af1711b4d5a5f37ae6b7ec9cf5b5abe41a81a20cb20686bf8db10, en de alinea staat in dat document op bytes 18292 tot 19181.