Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2012

Alinea 91 Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2012

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV0720.

3.34 Het hof volgt S&S in haar verweer dat de billijkheid zich ertegen verzet dat S&S in beide instanties Esschert de door haar betaalde griffiegelden dient te vergoeden. Naar het voorlopig oordeel van het hof had Esschert bij het instellen van de vordering tot betaling van een voorschot er rekening mee moeten houden dat deze vordering terughoudend wordt benaderd. Esschert heeft er toch voor gekozen een voorschot te vorderen van € 250.000,-. Deze vordering heeft zij vervolgens bij memorie van grieven verminderd tot € 10.000,-. Het spoedeisend belang bij de vordering heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt, zodat het hof zoals hiervoor is overwogen de vordering zal afwijzen. In de gegeven omstandigheden acht het hof het redelijk voor beide instanties uit te gaan van de tarieven die gelden voor een onbepaalde zaak (te weten € 254 in eerste instantie en € 314,- in hoger beroep) in plaats van een percentage van de vordering van € 250.000,- (te weten € 4.650,- in beide instanties).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cc9dade185ca00d5f18b61784a74e8a275a54a6dc79a5dfd0295d40fd7cc50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cc9dade185ca00d5f18b61784a74e8a275a54a6dc79a5dfd0295d40fd7cc50, en de alinea staat in dat document op bytes 32307 tot 33334.