Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 7 februari 2012

Alinea 71 Gerechtshof Leeuwarden 7 februari 2012

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 7 februari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV3082.

27. [geïntimeerde] heeft betwist dat de overige door [appellante] gestelde investeringen zijn gedaan ten behoeve van de verbouwing van de onroerende zaak. De investeringen in de babykamer en de aankleding van het woongedeelte van de onroerende zaak kunnen volgens hem niet als zodanig worden aangemerkt. Hetzelfde geldt naar de mening van [geïntimeerde] voor de uitgaven bij Lukas Klamer. Volgens hem had [appellante] ten tijde van de aanschaf van de onroerende zaak niet of nauwelijks vermogen meer. Hij heeft erop gewezen dat uit de door [appellante] overgelegde rekeningafschriften een saldo op het moment van het aangaan van de huurovereenkomst volgt van slechts € 1.149,00. De overwaarde van de eigen woning van [appellante] is volgens [geïntimeerde] verder opgegaan aan de auto, aan de aflossing van de resterende persoonlijke schulden van [appellante] en de reiskosten in het kader van de omgangsregeling met haar kinderen uit een eerdere relatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/206bd026ded98050df88acf538f06bb7bb17e7404f3449c7b8303317fb198b8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 206bd026ded98050df88acf538f06bb7bb17e7404f3449c7b8303317fb198b8e, en de alinea staat in dat document op bytes 22701 tot 23674.