Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012

Alinea 115 Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV6798.

Op de tweede plaats komen blijkens artikel 35b, tweede lid, onderdeel a SW, ook bestanddelen van een gedeelte van een onderneming voor de faciliteit in aanmerking. Het Hof merkt op dat in de wettekst daarbij niet de eis wordt gesteld dat sprake moet zijn van een zelfstandig deel van een onderneming. Ook aldus bezien kunnen de door belanghebbende verkregen activa op grond van de tekst van de wet, afzonderlijk of tezamen, kwalificeren als vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 35b, tweede lid, onderdeel a SW. Nu in artikel 7c URSW uitdrukkelijk wordt verwezen naar de vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 35b, tweede lid SW, lijkt het ook voor de toepassing van artikel 7c URSW mogelijk dat de afzonderlijke ondernemingsactiva als vermogensbestanddelen in de zin van die bepaling worden aangemerkt, zonder daarbij de passiva van de onderneming in aanmerking te nemen. De vraag is dan of die passiva nochtans niet meegenomen mogen worden bij het bepalen van de “tegenprestatie” als bedoeld in artikel 7c URSW doordat bij die bepaling uitgegaan dient te worden van het saldo van hetgeen werd verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16, en de alinea staat in dat document op bytes 29586 tot 30721.