Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012
Alinea 124 Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV6798.
4.11 Naar het oordeel van het Hof dient de wijze waarop belanghebbende in het onderhavige geval feitelijk het ondernemingsvermogen heeft overgenomen – met name nu de toedeling van de activa aan belanghebbende heeft plaatsgevonden onder de verplichting alle tot het maatschapsvermogen behorende schulden voor haar rekening te nemen en als eigen schulden te voldoen, en waaraan uitvoering is gegeven op de wijze zoals vermeld onder 2.13 hiervoor – bezien in het licht van de hiervoor vermelde strekking van de artikelen 35b SW en 7c URSW, voor de toepassing van genoemd artikel 7c URSW te worden aangemerkt als een geval dat rechtens gelijk is aan het geval beschreven in 4.10 hiervoor. Naar het oordeel van het Hof ontbreekt een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor een uiteenlopende fiscale behandeling van die gelijke gevallen, zodat een uiteenlopende fiscale behandeling zoals door de Inspecteur verdedigd, zou leiden tot schending van het gelijkheidsbeginsel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16, en de alinea staat in dat document op bytes 33522 tot 34509.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16 | shasum -a 256