Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012
Alinea 125 Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012
Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 21 februari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV6798.
4.12 Nu, naar het oordeel van het Hof, enerzijds de tekst van artikel 7c URSW niet dwingend in de door de Inspecteur verdedigde richting wijst, en anderzijds de door de Inspecteur voorgestane interpretatie leidt tot een ongelijke behandeling van rechtens gelijke gevallen – welke ongelijkheid de regelgever naar het oordeel van het Hof redelijkerwijs niet kan hebben beoogd – dient artikel 7c URSW zo te worden verstaan dat bij de schenking van een onderneming onder de verplichting de langlopende schulden van de schenker(s) over te nemen, deze overgenomen langlopende schulden als “tegenprestatie of onder een last” als bedoeld in dat artikel dienen te worden aangemerkt. Het gelijk is in zoverre aan belanghebbende. Voor dat geval is tussen partijen niet in geschil dat de liquidatiewaarde van de onderneming € 1.928.843 bedraagt. Eveneens is voor dat geval tussen partijen niet in geschil dat de voortzettingswaarde alsdan € 834.389 bedraagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16, en de alinea staat in dat document op bytes 34529 tot 35500.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f48eecccca93573eebd11c38dfdf0dd5cf288721df285525e1edb0f48bfd3f16 | shasum -a 256