Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 10 juli 2012

Alinea 53 Gerechtshof Leeuwarden 10 juli 2012

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 10 juli 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BX4191.

21. Hoewel de aan [appellant] toegevoegde advocaat wel namens [appellant] ter zitting is verschenen, maken de omstandigheden van het geval dat in casu naar het oordeel van het hof onvoldoende aan de hoorplicht van artikel 29f lid 1 WJZ is voldaan. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat ter zitting voor alle aanwezigen duidelijk was dat [appellant] voornemens was om naar de zitting van de kinderrechter te komen om te worden gehoord, maar dat hij door omstandigheden buiten zijn schuld gelegen niet aanwezig heeft kunnen zijn. Vast staat immers dat de jeugdzorginstelling waar [appellant] verblijft, [X] te [plaats], had verzuimd het vervoer van [appellant] naar de rechtbank te regelen. Daar komt bij dat uit het kinderverhoor in hoger beroep naar voren is gekomen dat [appellant] niet alleen bereid was zich te laten horen, maar dat hij zelfs uitdrukkelijk wenste te worden gehoord. Hij was het immers niet eens met de verzochte duur van de machtiging. Hoewel [appellant]s advocaat ter zitting heeft verklaard dat [appellant] het verzoek van BJZ ondersteunde, was dit volgens [appellant] zo niet besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/009fc18a7765e977919532b648299511076563b31cea2e839ad72253d0f82262. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 009fc18a7765e977919532b648299511076563b31cea2e839ad72253d0f82262, en de alinea staat in dat document op bytes 17860 tot 18985.