Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 18 oktober 2012

Alinea 149 Gerechtshof Leeuwarden 18 oktober 2012

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 18 oktober 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1198.

5.1 Uit artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet volgt dat onder een kansspel moet worden verstaan het gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen. Volgens vaste jurisprudentie is voor de vraag of sprake is van een overwegende invloed op de kansbepaling in vorenbedoelde zin beslissend welke resultaten de grote meerderheid van de spelers in de praktijk bij het spel behaalt, of ook wel hoe de grote meerderheid van de spelers het spel in de praktijk speelt (zie o.a. HR 21 december 1965, NJ 1966, 364; HR 2 april 1985, NJ 1985, 739; HR 25 juni 1991, NJ 1991, 808 en HR 25 september 1991, BNB 1991, 334).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb09d9b426ebdc1e4ed631eb97bd9be6d8047b6f83af1de5757ae93f22f273e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb09d9b426ebdc1e4ed631eb97bd9be6d8047b6f83af1de5757ae93f22f273e4, en de alinea staat in dat document op bytes 25168 tot 25944.