Citaat | Gerechtshof Leeuwarden 20 december 2012

Alinea 34 Gerechtshof Leeuwarden 20 december 2012

Een alinea uit Gerechtshof Leeuwarden 20 december 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BY6910.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, die is gebaseerd op de rechtspraak van het EHRM, heeft een verdachte die is aangehouden op de voet van artikel 6 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens (EVRM) een aanspraak op rechtsbijstand die inhoudt dat aan hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. Behoudens het geval dat de verdachte uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van bepaalde dwingende redenen, zal hem, de verdachte, binnen de grenzen van de redelijkheid die gelegenheid moeten worden geboden dit recht te verwezenlijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d5d620e9ef18bf642097fe9acf10f28c6031d6844ac32fc93e089d6f9cd3e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d5d620e9ef18bf642097fe9acf10f28c6031d6844ac32fc93e089d6f9cd3e7, en de alinea staat in dat document op bytes 10528 tot 11304.