Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 december 2000

Alinea 32 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 december 2000

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 december 2000, ECLI:NL:GHSGR:2000:AA8939.

Door een vordering als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht te doen heeft de politie de actievoerders immers nog de gelegenheid willen bieden vrijwillig het bouwterrein te verlaten. De actievoerders hebben, toen de vordering om het bouwterrein te verlaten door de politie eenmaal was gedaan en zij door middel van hun bezettingsactie al de nodige aandacht op de in hun ogen ernstige maatschappelijke problematiek hadden gevestigd, bewust ervoor gekozen om de kranen en heistellingen bezet te houden en daarmede schade toe te brengen aan de opdrachtgever en/of uitvoerder van het project en aldus het risico genomen nadien strafrechtelijk voor hun gedragingen aansprakelijk te worden gesteld. Het openbaar ministerie heeft juist deze gedraging - het niet voldoen aan de vordering om het bouwterrein te verlaten - vervolgbaar geacht en heeft daartoe volgens het hof ook in redelijkheid kunnen besluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d7ea88e17e5e1a3f42224a3a0488aa8f96200a295bfa06f65b2484e6ece3cfa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d7ea88e17e5e1a3f42224a3a0488aa8f96200a295bfa06f65b2484e6ece3cfa, en de alinea staat in dat document op bytes 11379 tot 12310.