Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 14 november 2001

Alinea 48 Gerechtshof 's-Gravenhage 14 november 2001

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 14 november 2001, ECLI:NL:GHSGR:2001:AF5760.

7.4. Aan het vorenoverwogene doet niet af dat artikel 49 WRO bepaalt dat de belanghebbende het desbetreffende verzoek bij de gemeenteraad dient in te dienen. Van onredelijke en willekeurige legesheffing is geen sprake, nu de Inspecteur onweersproken heeft gesteld dat een primaire beoordeling van een aanvraag om planschadevergoeding ongeveer ƒ 7.500 (excl. BTW) kost. Daarbij komt dat, naar de Inspecteur eveneens onweersproken heeft gesteld, de heffing van de onderhavige leges mede ertoe strekt het lichtvaardig indienen van aanvragen om planschadevergoeding zoveel mogelijk te voorkomen. Nu blijkens de tekst van onderdeel 7.11.18.0 van de Tarieventabel in geval van toekenning van een schadevergoeding het onderhavige legesbedrag wordt gerestitueerd is naar het oordeel van het Hof van het opwerpen van een onredelijke financiële drempel, zoals belanghebbende heeft gesteld, dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1cfde4445a23c847e6310a905aaae6849212079dd62d365829000653d63379e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1cfde4445a23c847e6310a905aaae6849212079dd62d365829000653d63379e, en de alinea staat in dat document op bytes 13313 tot 14228.