Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002
Alinea 263 Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0013.
12.5. De raadsman van de verdachte heeft gesteld dat ten aanzien van dit feit sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de vader van M. van der L., J.H. van der L., gebruikmakend van zijn bevoegdheden als politie-ambtenaar, voorafgaande aan de klacht onderzoekshandelingen heeft verricht in een privé-kwestie, hetgeen volgens de raadsman onrechtmatig zou zijn. Volgens de raadsman is sprake van ontijdige opsporing en détournement de pouvoir.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f, en de alinea staat in dat document op bytes 85511 tot 86004.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f | shasum -a 256