Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002
Alinea 44 Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0013.
5.2.1. De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat de officier van justitie ten aanzien van dit feit niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, omdat -zo begrijpt het hof de stellingen van de raadsman- het hier een klachtdelict betreft, de klacht is ingediend door J.H. van der L. als wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige slachtoffer M. van der L., en die klacht niet is ingediend binnen de termijn van artikel 66, eerste lid, Wetboek van Strafrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f, en de alinea staat in dat document op bytes 13131 tot 13631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f | shasum -a 256