Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002
Alinea 47 Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0013.
Voorzover de raadsman stelt dat het niet waarschijnlijk is dat M. van der L. zelf een klacht zou hebben ingediend, overweegt het hof dat uit de verklaringen die M. van der L. tegenover de politie en de rechter-commissaris heeft afgelegd, niet kan worden afgeleid dat hij zelf geen vervolging van de verdachte wenst. Tegenover de rechter-commissaris heeft J.H. van der L. verklaard dat hij na overleg met zijn zoon M. besloten heeft om aangifte te doen en dat M. dat goed vond. M. van der L. heeft zich bovendien in eerste aanleg als benadeelde partij in het strafproces tegen de verdachte gevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f, en de alinea staat in dat document op bytes 16442 tot 17053.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f | shasum -a 256