Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002

Alinea 90 Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 8 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0013.

6.4.2. In verband met deze onder 6.4.1. bedoelde verzoeken heeft het hof ter terechtzitting van 18-2-2002 de deskundigen van het NFI, drs Kl. en ing R.E., als getuigen/deskundigen gehoord. Daarbij is tevens aan de orde gekomen de beantwoording van de door het hof in de tussenbeslissing in het kader van verzoek 4 gestelde vragen. In het meergenoemde rapport van 7-2-2002 is die vraagstelling als volgt beantwoord: "Het is niet mogelijk bij benadering aan te geven hoelang het sporenmateriaal in het nagelvuil [ADH674] en op de wreef van de linkerlaars [ADH561] van N.K. aanwezig kan zijn geweest. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan of de DNA-sporen via direct of indirect contact met de donor van het celmateriaal zijn aangebracht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43443c1c827f64cafa7c54bb157ee28db5acfdd494473d7d0985f8bdc11e5b4f, en de alinea staat in dat document op bytes 30493 tot 31246.