Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Alinea 116 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653.

Duidelijk is dat het bij een, tijdens het feitenonderzoek gerezen, mogelijke verdenking niet kan gaan om de thans tenlastegelegde feiten. Immers: De meineed zou tijdens het verhoor van V. door de PEC op 9 oktober en/of 2 november 1995, dus in de afrondende fase van het feitenonderzoek zijn gepleegd; de - kort gezegd - beïnvloeding van de getuige Sapman zou ná het uitbrengen van het rapport van het Fort-team hebben plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28, en de alinea staat in dat document op bytes 57786 tot 58235.