Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Alinea 191 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653.

6.5.3.1. Het gaat de verdediging - voor wat de onderzoekshandelingen op Belgisch grondgebied betreft - kennelijk om de telefoongesprekken die daar door Sapman met V. zijn gevoerd en geregistreerd. Het hof leidt uit de inhoud van de geregistreerde en uitgewerkte telefoongesprekken af dat de gesprekken op 13 juli en 17 en 24 augustus 1995 in tegenwoordigheid van de Rijksrecherche zijn gevoerd en geregistreerd. Ten aanzien van een vierde telefoongesprek (via GSM vanuit de auto van Sapman) op 20 juli 1995 ontbreekt elke aanwijzing dat de Rijksrecherche daarbij aanwezig is geweest. Het hof gaat ervan uit dat de registratie in alle gevallen heeft plaatsgevonden met behulp van door de Rijksrecherche ter beschikking gestelde bandopnameapparatuur. Hieruit blijkt dat de bedoelde telefoongesprekken zijn opgenomen in het kader van het feitenonderzoek door het Fort-team.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28, en de alinea staat in dat document op bytes 108891 tot 109776.