Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002
Alinea 285 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653.
In de dagen daarop heb ik diverse malen met V. telefonisch contact gehad. V. gaf aan dat het clubje wilde investeren en dat ik moest aangeven hoeveel geld ik dacht nodig te hebben. Omstreeks half maart 1993 verzocht V. mij naar Haarlem te komen. Toen ik daar kwam was V. vergezeld van een man die zich voorstelde als T. Hij was alleen geldschieter. Ik deed T. het volgende voorstel: Mama, mijn vrouw dus, zou de helft van de aandelen van "Myrey" banktechnisch op papier aan T. verkopen. De opbrengst zou als achtergestelde lening teruggestort worden op een zogenaamde "Borgrekening" bij de Spaarkredietbank in België, die ik op naam van T. daar moest openen. Tevens zou ik op die borgrekening dan nog eens geld storten. Dit geld zou ik krijgen van T. Op grond van die Borgrekening kon ik datzelfde bedrag lenen voor "Myrey" van de bank. Ik had deze constructie van tevoren zelf uitgedacht en besproken met mijn bank. T. ging akkoord met dit voorstel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28, en de alinea staat in dat document op bytes 134760 tot 135725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28 | shasum -a 256