Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Alinea 447 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653.

Op 25 april 1996 werd ik in Essen in België door een bestuurder van een personenauto gedwongen met mijn auto te stoppen. De bestuurder van die auto, die ik herkende als V. V. verzocht mij in zijn auto plaats te nemen. Nadat ik was ingestapt reed V., de in de omgeving van mijn fabriek gelegen bossen in. In de auto toonde V. mij een soort boek. Hij stelde mij vragen die alle betrekking hadden op het onderzoek van de Rijksrecherche, met name over het zogenoemde "saptraject". Vervolgens heb ik enige tijd met V. in het bos gewandeld. Tijdens de wandeling zei V. tegen mij dat ik mijn verklaring moest intrekken of afzwakken. In ieder geval moest ik tegen de Rijksrecherche zeggen dat ik alleen vruchtensap uit Haarlem had gekregen en nooit geld. Wanneer ik mijn verklaring niet zou veranderen zouden V. en L. de mensen die boos op mij waren niet meer tegen kunnen houden. Met andere woorden, zei V., wanneer bepaalde mensen voor X-tijd de bak ingingen, dan zouden de mensen die de financiën hadden geregeld op mij afkomen en ik wist dan wat dat voor mij zou inhouden. V. zei dat hij nu de onderwereld nog onder controle had, maar dan niet meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28, en de alinea staat in dat document op bytes 167403 tot 168564.