Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Alinea 449 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653.

Op 28 april 1996 stond V. voor mijn woning te Ekeren. V. vroeg mij of ik op 29 april 1996 met hem naar Spong, de raadsman van V., wilde gaan om daar over het Rijksrecherche-onderzoek te spreken en een aantal vragen te beantwoorden. Volgens V. stonden er in het rapport van de Rijksrecherche een groot aantal zaken die onjuist waren. De zaken die niet juist waren moest ik aan Spong vertellen. Volgens V. moest ik mij realiseren dat wanneer hij en L. in de gevangenis zouden komen, hij, V., de onderwereld niet meer in de hand had en het mogelijk gebeurd zou zijn met "meneer Sapman".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28, en de alinea staat in dat document op bytes 168721 tot 169317.