Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002
Alinea 484 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653.
Het werk van criminele inlichtingendiensten bestaat uit het systematisch en gericht inwinnen van gegevens over ernstige criminaliteit. In de periode voorafgaande aan het parlementaire onderzoek door de Werkgroep vooronderzoek opsporingsmethoden (waarvan het rapport Opsporing gezocht d.d. 21 oktober 1994 de basis vormde voor het instellen van de PEC) werd - onder druk van de politiek - een klimaat geschapen waarin de politie moest 'scoren' in de strijd tegen de zware, georganiseerde criminaliteit. Er bestonden grote verschillen tussen de verschillende criminele inlichtingendiensten wat betreft het gebruik van methoden, de beoordeling van inlichtingen en de sturing en registratie van informanten. Onder deze druk heeft V. in een uiterst risicovol gebied 'grenzenzoekend' en 'creatief' geopereerd. De werkzaamheden van V. bij de RCID Kennemerland waren uitvoerend van aard, waardoor hij zich dicht bij het criminele milieu bevond, waarin zijn informanten opereerden. De sturing van en de controle op de criminele inlichtingendiensten was toentertijd volstrekt onvoldoende. Van enige sturing van en controle op de RCID Kennemerland door korpschef, OM en korpsbeheerder is de PEC bij haar onderzoek niet gebleken53.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28, en de alinea staat in dat document op bytes 179099 tot 180332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28 | shasum -a 256