Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002
Alinea 76 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 maart 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653.
De vraag of deze situatie in geval van een besloten gesprek anders ligt, nu immers een besloten gesprek een informele status heeft en een dergelijk gesprek niet binnen het toepassingsbereik van artikel 24 WPE valt, beantwoordt het hof ontkennend. Naar 's hofs oordeel komt in geval van een besloten gesprek, gezien het grote belang dat de wetgever hecht aan een strafrechtelijk onderzoek terzake van een ten overstaan van een parlementaire enquĂȘtecommissie gepleegde meineed, overeenkomstige toepassing toe aan het bepaalde in artikel 24 juncto artikel 25 WPE. Het valt mitsdien te billijken dat de PEC, nadat eenmaal het vermoeden van meineed met betrekking tot de verklaringen van V. en L. was gerezen - en dat vermoeden ontstond pas toen V. en L. in de hoedanigheid van getuige tijdens een openbaar verhoor ten overstaan van de PEC onder ede werden gehoord - daarvan aangifte heeft gedaan en dit belang op dat moment zwaarder heeft laten wegen dan het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de veiligheid van Sapman en zijn gezin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28, en de alinea staat in dat document op bytes 37201 tot 38270.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89787ae0296b2ee25654adf1ce06be9136521a425970c682541e3211e039cd28 | shasum -a 256