Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 26 september 2002

Alinea 42 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 september 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 26 september 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8167.

7.3. Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad is volgens vaste rechtspraak voldoende dat komt vast te staan dat de verdachte tijd had zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven (zie HR 27 juni 2000, NJ 2000, 605 en HR 11 juni 2002, NJB 2002, 104).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ed9e2af97b68537f3b62375c5610ce27b92534ceaca55a48454083aa94fa273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ed9e2af97b68537f3b62375c5610ce27b92534ceaca55a48454083aa94fa273, en de alinea staat in dat document op bytes 12501 tot 12941.