Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 26 september 2002
Alinea 87 Gerechtshof 's-Gravenhage 26 september 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 26 september 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8167.
11.11. Volgens het hof is op grond van de processtukken geenszins aannemelijk geworden dat ten aanzien van de verdachte onoorbare verhoormethoden zijn gebezigd. Volgens de pv-coördinator [verbalisant], als getuige gehoord op de terechtzitting van het hof van 15 januari 2002, had de verdachte geen bezwaar tegen een confrontatie met de plaats waarop het delict is begaan. Dat is ook niet verwonderlijk want de verdachte ontkent daar te zijn geweest. De raadsman van de verdachte heeft het hof ook niet om een nader onderzoek verzocht en volstaan met het in zijn pleidooi bijeenvoegen van enkele niet nader gestaafde beweringen die gezamenlijk een schending van het pressieverbod zouden moeten opleveren. De raadsman heeft voorts verzuimd, hoewel hij daartoe gelegenheid heeft gehad toen de hoofdagente van politie [naam] ter terechtzitting van het hof van 15 januari 2002 als getuige is gehoord, haar over de verhoormethoden te ondervragen. Mede gelet op het late stadium waarin dit strafmaatverweer is gevoerd en het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van de gedane beweringen acht het hof geen noodzaak aanwezig om thans nog om een en ander te onderzoeken. Voor strafvermindering op die grond bestaat dan ook geen aanleiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ed9e2af97b68537f3b62375c5610ce27b92534ceaca55a48454083aa94fa273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ed9e2af97b68537f3b62375c5610ce27b92534ceaca55a48454083aa94fa273, en de alinea staat in dat document op bytes 29676 tot 30925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ed9e2af97b68537f3b62375c5610ce27b92534ceaca55a48454083aa94fa273 | shasum -a 256