Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 4 oktober 2002
Alinea 18 Gerechtshof 's-Gravenhage 4 oktober 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 4 oktober 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8963.
De verdediging heeft het verzoek gedaan M.R.J. [naam] als getuige nader te doen oproepen. Ter terechtzitting is gebleken dat deze getuige op 19 mei 2001 op Curaçao in detentie is geraakt en aldaar op 23 december 2001 op vrije voeten is gesteld en onder begeleiding naar Nederland is vertrokken. Blijkens actuele GBA-informatie is evenwel van deze getuige geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend, terwijl ingewonnen informatie uit het bevolkingsregister van het Eilandgebied Curaçao heeft uitgewezen dat deze getuige thans evenmin in dat register is opgenomen. Van enige detentie is niet gebleken. Door of namens de verdachte zijn geen gegevens verstrekt die uitzicht zouden kunnen bieden op het traceren van de woon- of verblijfplaats van deze getuige. Aldus doet zich de situatie voor dat het onaannemelijk is dat deze getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting van dit hof zal verschijnen, zodat het hof van de nadere oproeping van deze getuige afziet, een en ander zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 sub a Wetboek van Strafrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87b779d61336db667563fbc67c61f3e1eddd3e11b49c38c6ddfd563604fadc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87b779d61336db667563fbc67c61f3e1eddd3e11b49c38c6ddfd563604fadc8, en de alinea staat in dat document op bytes 5817 tot 6889.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b87b779d61336db667563fbc67c61f3e1eddd3e11b49c38c6ddfd563604fadc8 | shasum -a 256