Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 4 oktober 2002
Alinea 34 Gerechtshof 's-Gravenhage 4 oktober 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 4 oktober 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8963.
Uit deze gang van zaken blijkt dat de poging tot levensberoving door de verdachte niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsbeweging, maar van een kil voornemen tot executie, beraamd in de -zij het korte- tijdspanne gelegen tussen de beëindiging van de mishandelingen en het trekken van het schietwapen. Dat de verdachte na het afvuren van de schoten -zoals de getuige [naam] verklaart- "...alsof er niets aan de hand was het pistool weer in zijn binnenzak stopte, zich omdraaide en weer rustig verder liep...", past evenmin bij een ogenblikkelijke gemoedsbeweging maar geheel bij een weloverwogen handeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b87b779d61336db667563fbc67c61f3e1eddd3e11b49c38c6ddfd563604fadc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b87b779d61336db667563fbc67c61f3e1eddd3e11b49c38c6ddfd563604fadc8, en de alinea staat in dat document op bytes 10405 tot 11044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b87b779d61336db667563fbc67c61f3e1eddd3e11b49c38c6ddfd563604fadc8 | shasum -a 256