Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 19 december 2002

Alinea 54 Gerechtshof 's-Gravenhage 19 december 2002

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 19 december 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AF2217.

In zoverre is het hof het met de gemeente eens dat het (dan) op het eerste gezicht vreemd voorkomt dat [Z] in een gesprek over die andere gronden opmerkt dat de Kraanbaanbrief als vervallen kan worden be-schouwd. In deze brief heeft zij de gemeente namelijk verzocht in afwachting van de uitvoering van "de bestuursbesluiten" haar reeds nu met het oog op de uitbreiding van kraanbanen "deze gronden" in gebruik te geven. Zoals ook door Niemans erkend, heeft zij daarbij (gezien de geringe betekenis van de grond bedoeld in ontwerp-besluit B, de zogenaamde plaagstrook) vooral grond A op het oog gehad. Niemans heeft echter toegelicht dat [Z] tijdens de bespreking op 4 mei 1976 wellicht meende te mogen verwachten dat zij alsnog grond A zou verkrijgen zodat een (tijdelijke) improvisatie door verlenging van portaalkraanbanen (waarover hierna onder 22 nader) niet meer nodig zou zijn. Gezien de Kraanbaanbrief in verband met het verslag van 4 mei 1976 waarin staat dat de ontwerp-besluiten A en B ter beslissing zullen worden voorgelegd, gaat het hof uit van de juistheid van deze toelich-ting. De schijnbare ongerijmdheid legt ten gunste van de gemeente onvol-doende gewicht in de schaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94d9ff46349772c5988b0597f8fee312a4fa23d93b4f7550249371d5c1cb8a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94d9ff46349772c5988b0597f8fee312a4fa23d93b4f7550249371d5c1cb8a18, en de alinea staat in dat document op bytes 15698 tot 16900.