Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 24 december 2002
Alinea 46 Gerechtshof 's-Gravenhage 24 december 2002
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 24 december 2002, ECLI:NL:GHSGR:2002:AF5477.
Naar het oordeel van het hof is voor de bewezenverklaring dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de levensberovende handeling, zoals onder 1 respectievelijk 2 tenlastegelegd, niet noodzakelijk dat (bewezen wordt dat) de verdachte de levensberovende handeling daadwerkelijk zelf (mede) voor zijn rekening heeft genomen. Voor een dergelijke bewezenverklaring volstaat immers dat sprake is geweest van een nauwe en volledige samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders. Het hof heeft de overtuiging bekomen dat zulks het geval is, en wel op grond van navolgende feiten en omstandigheden: de verdachte en zijn mededaders handelden in gelijke gezindheid volgens een gezamenlijk voorgenomen plan strekkende tot de verwezenlijking van hetzelfde doel, de verdachte was ter plaatse aanwezig toen de slachtoffers om het leven werden gebracht, welke fysieke aanwezigheid getalsmatig een wezenlijk bijdrage moet hebben geleverd aan de eliminatie van de kans van de slachtoffers zich tegen de onderhavige aanslag succesvol te verdedigen dan wel daaraan te ontvluchten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d439e0af1cda2a0eb256d8652ccb21219446dadb424b52ad2731db2b276ca37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d439e0af1cda2a0eb256d8652ccb21219446dadb424b52ad2731db2b276ca37, en de alinea staat in dat document op bytes 11989 tot 13094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d439e0af1cda2a0eb256d8652ccb21219446dadb424b52ad2731db2b276ca37 | shasum -a 256