Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 10 april 2003
Onder 8 Gerechtshof 's-Gravenhage 10 april 2003
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 10 april 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:729.
Het hof verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe dat wat er ook zij van de door de raadsman aangehaalde brief, uit de gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt dat de daartoe bevoegde beveiligingsbeambte [naam] de verdachte diverse malen kenbaar heeft gemaakt dat hij niet welkom was en dat hij het gebouw diende te verlaten, doch dat de verdachte hieraan niet voldeed. Door hieraan geen gevolg te geven, bevond de verdachte zich zonder toestemming en derhalve wederrechtelijk in de bibliotheek. Het hof overweegt –hoewel ten overvloede- voorts dat op grond van de enkele mededeling van de bevoegde ambtenaar dat de verdachte op dàt moment niet naar binnen mocht de verdachte er redelijkerwijs van uit kon en moest gaan dat de ontzegging reeds op dat moment gold en er niet gewacht behoefde te worden op enig nader besluit aangaande de ontzegging, nu immers de betrokken brief geen melding maakte van enige nadere schriftelijke mededeling, die nog zou (moeten) volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/894cc60f17fa6af92378b379583f9142c887bbff696a86afc476ae54833ea926. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 894cc60f17fa6af92378b379583f9142c887bbff696a86afc476ae54833ea926, en de alinea staat in dat document op bytes 11285 tot 12272.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/894cc60f17fa6af92378b379583f9142c887bbff696a86afc476ae54833ea926 | shasum -a 256