Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 februari 2003

Alinea 98 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 februari 2003

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 februari 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AF5809.

6.2.3 Uit de hiervorenomschreven omstandigheden, afzonderlijk en in onderling samenhang beschouwd, put het Hof het vermoeden dat bij de verkoop door belanghebbende van het gewone aandeel en de 49.999 cumulatief preferente aandelen in A BV aan D NV op 31 december 1996 aan de bank tevens de vaste toezegging is gedaan dat deze laatste op enig moment in de toekomst ook de winstbewijzen van A BV zou kunnen overnemen. Hetzelfde geldt voor de prioriteitsaandelen in C BV dan wel zouden deze aandelen door genoemde vennootschap worden ingekocht, zoals ook in feite is geschied. Met hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd kan het bestaan van deze toezegging redelijkerwijs niet worden betwijfeld. Zijn stelling dat D NV bij de aankoop van 31 december 1996 een eigen belang had, te weten het verwerven van vermogensbestanddelen met een jaarlijks rendement van vijf percent, acht het Hof daartoe onvoldoende, omdat zulk een rendement, zoals hiervoren is overwogen, allerminst vaststond. Ook zijn stelling dat D NV het in haar macht had de structuur te ontmantelen door A BV te ontbinden, acht het Hof onvoldoende om aannemelijk te achten dat de bank een reëel eigen belang had bij de aankoop van uitsluitend het gewone aandeel en de cumulatief preferente aandelen in A BV. De liquidatie-uitkering zou immers slechts bestaan uit aandelen in C BV, waarin de bank op deze wijze een verwaarloosbaar belang zou verkrijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27eec54b9a15f7920987ffae625b453aa5c38c49df96c4c660e4aa234174ec5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27eec54b9a15f7920987ffae625b453aa5c38c49df96c4c660e4aa234174ec5e, en de alinea staat in dat document op bytes 27746 tot 29172.