Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 18 maart 2003
Alinea 77 Gerechtshof 's-Gravenhage 18 maart 2003
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 18 maart 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AF7580.
6.8. Mede gelet op het in 6.7 overwogene, zijn er naar het oordeel van het Hof ten aanzien van belanghebbende geen concrete feiten en/of omstandigheden aannemelijk gemaakt op grond waarvan kan worden aangenomen dat ten tijde van de zetelverplaatsing de aanmerkelijke kans aanwezig was dat A na de zetelverplaatsing van zijn rechten op pensioen zou afzien of deze zou afkopen dan wel dat na de zetelverplaatsing anderszins een handeling zou plaatsvinden die onder artikel 11c van de Wet LB 1964 valt. De Inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de onderwerpelijke zetelverplaatsing deel uit maakte van een samenhangend geheel van rechtshandelingen, gericht op het vermijden van de heffing van Nederlandse belastingheffing over de pensioenverplichting van belanghebbende (vergelijk HR 14 december 2001, nr. 36.365, BNB 2002/208c*).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acc02acd5dc69b9f5a2533bcd49899999ded1c7af516fbdc18bce53b5330071d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acc02acd5dc69b9f5a2533bcd49899999ded1c7af516fbdc18bce53b5330071d, en de alinea staat in dat document op bytes 31227 tot 32075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/acc02acd5dc69b9f5a2533bcd49899999ded1c7af516fbdc18bce53b5330071d | shasum -a 256