Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 18 maart 2003
Alinea 56 Gerechtshof 's-Gravenhage 18 maart 2003
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 18 maart 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AF7581.
6.7.1. De vraag is derhalve of Nederland met de invoering van de artikelen 11b en 11c van de Wet de in paragraaf 13 van het Commentaar bij artikel 3 genoemde grens heeft overschreden. Naar het oordeel van het Hof is dat het geval. Artikel 11b, eerste lid, aanhef en onderdeel d, in verbinding met artikel 11c, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet bewerkstelligen bij verplaatsing van de feitelijke leiding van het lichaam, dat de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting tot zijn binnenlandse vermogen rekent, naar het buitenland - waaronder België - dat de volledige pensioenaanspraak wordt aangemerkt als - fictief - loon uit een vroegere dienstbetrekking met als gevolg dat Nederland deze aanspraak ten volle belast naar het progressieve tarief. De Nederlandse heffing over dat fictieve loon geldt ook in geval er zakelijke redenen zijn voor die verplaatsing naar België en voorts de pensioengerechtigde in België woont - met het gevolg dat op grond van het Verdrag de pensioenuitkeringen uitsluitend aan België zijn toegewezen - en daarenboven een concrete aanleiding dat het pensioen niet op reguliere wijze zal worden afgewikkeld, niet aanwezig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7eb48e248440c05c475dec2c0c219f18a7079c68d231849a4e8ac11d23843e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7eb48e248440c05c475dec2c0c219f18a7079c68d231849a4e8ac11d23843e, en de alinea staat in dat document op bytes 18250 tot 19456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea7eb48e248440c05c475dec2c0c219f18a7079c68d231849a4e8ac11d23843e | shasum -a 256