Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 25 april 2003

Alinea 28 Gerechtshof 's-Gravenhage 25 april 2003

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 25 april 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AF7798.

Gelet op het onder 2.4 overwogene is het hof van oordeel dat er - bij gebreke van elke aanwijzing dat onbevoegdelijk zou zijn gehandeld, in tegendeel: het hoofd AIVD heeft als getuige ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat een zodanige last is afgegeven - geen termen aanwezig zijn om de bevoegdheid tot afluisteren in casu te toetsen. Datzelfde geldt ten aanzien van de informatieverstrekking aan het openbaar ministerie, waarbij het hof - mèt de verdediging en de Parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden (Eindrapport, p. 350) - voorshands van opvatting is dat die informatie op basis van de artikelen 11 en 12 van de (oude) WIV werd verstrekt, waarbij het hof erop wijst dat een algemene machtiging (delegatie) binnen het overheidsbestuur alleszins gebruikelijk is (vgl. ook de MvT, p. 8 op artikel 12, die het heeft over een "duurzame machtiging")en dat elke aanwijzing ontbreekt dat die informatie onbevoegdelijk zou zijn verstrekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebe235d90cf7813f3edad3e17994efff711939e72e43ef45764b20da86346ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebe235d90cf7813f3edad3e17994efff711939e72e43ef45764b20da86346ae, en de alinea staat in dat document op bytes 19012 tot 19984.