Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 juni 2003
Alinea 58 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 juni 2003
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 juni 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9801.
7.5 Voor zover [appellanten sub 2 en3] in deze procedure voor de civiele rechter ook het restant van hun door de voorlopige hechtenis geleden schade wensen te vorderen, omdat die naar hun mening onrechtmatig was, hadden ze moeten stellen en zonodig bewijzen dat zij van hun vrijheid zijn beroofd, terwijl zij onschuldig waren en dat die onschuld uit het strafdossier blijkt. [appellanten sub 2 en3] hebben dat echter niet gesteld en uit de in het geding gebrachte gedeelten van het strafdossier is ook niet gebleken dat zij aan het tenlastegelegde onschuldig waren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8574bc243a3847c6b6a7027eb783fb4b96e97de6df1c4436d8591efa1f85a767. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8574bc243a3847c6b6a7027eb783fb4b96e97de6df1c4436d8591efa1f85a767, en de alinea staat in dat document op bytes 25241 tot 25822.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8574bc243a3847c6b6a7027eb783fb4b96e97de6df1c4436d8591efa1f85a767 | shasum -a 256