Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 5 juni 2003

Alinea 60 Gerechtshof 's-Gravenhage 5 juni 2003

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 5 juni 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9801.

De maatstaf waarnaar de vorderingen bij de civiele rechter voor vergoeding van schade wegens ondergane voorlopige hechtenis, die op zich rechtmatig was bevolen, wordt beoordeeld, te weten dat uit het strafdossier van de onschuld moet blijken, heeft betrekking op de vraag wanneer een rechtmatig opgelegde voorlopige hechtenis achteraf toch onrechtmatig jegens de verdachte was. Voor de detentie die [appellanten] na de strafarresten van het hof te 's-Hertogenbosch hebben ondergaan, geldt dat niet, omdat die berust op een, naar in dit geding moet worden aangenomen, onrechtmatige uitspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8574bc243a3847c6b6a7027eb783fb4b96e97de6df1c4436d8591efa1f85a767. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8574bc243a3847c6b6a7027eb783fb4b96e97de6df1c4436d8591efa1f85a767, en de alinea staat in dat document op bytes 26253 tot 26858.