Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 7 juli 2003
Alinea 41 Gerechtshof 's-Gravenhage 7 juli 2003
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 7 juli 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0976.
Voor wat het onder 1 en 2 bewezenverklaarde heeft voorts nog het volgende te gelden. Uitgaande van verdachte's eigen verklaring wordt onvoldoende aannemelijk dat ten tijde dat hij M.R. en Y.A. [naam] stak sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding jegens verdachte, in ieder geval niet van de zijde van beide laatstgenoemden. Voorzover hierover anders zou moeten worden geoordeeld, blijft staan dat in dat geval verdachte de grenzen van de proportionaliteit en subsidiariteit verre heeft overschreden. Het hof neemt hierbij mede in aanmerking dat niet aannemelijk is geworden dat M.R. en/of Y.A. [naam] ten tijde van het steken door verdachte gewapend waren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88d1f66f2f075a270b6a9a5697f83211a51dc17066cbd82546d7ce08784bdfdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88d1f66f2f075a270b6a9a5697f83211a51dc17066cbd82546d7ce08784bdfdf, en de alinea staat in dat document op bytes 11166 tot 11860.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/88d1f66f2f075a270b6a9a5697f83211a51dc17066cbd82546d7ce08784bdfdf | shasum -a 256