Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004
Alinea 100 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.
3.2 Het oordeel van de rechtbank is, afgezien van het feit dat zij de vordering van curatoren had moeten afwijzen in plaats van hen daarin niet-ontvankelijk te verklaren, juist zodat de grief faalt. Curatoren bestrijden op zichzelf niet dat de handelingen van gedaagden die de curatoren aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd steeds met instemming en soms zelfs op verzoek van (de directie van) Vie d'Or zijn verricht. Het betoog van curatoren houdt in dat het nu juist de taak was van gedaagden om toezicht en controle uit te oefenen op directie en commissarissen van Vie d'Or. Curatoren stellen echter niet dat Vie d'Or bij het verlenen van instemming of het doen van een verzoek aan gedaagden niet rechtsgeldig zou zijn vertegenwoordigd. Onder die omstandigheden hebben gedaagden niet onrechtmatig jegens Vie d'Or gehandeld, ook al zouden gedaagden in hun toezicht hebben gefaald. Bijzondere omstandigheden die dat in dit geval anders zouden maken zijn niet gesteld of gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 34261 tot 35265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076 | shasum -a 256