Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Alinea 109 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.

6.2 Ook deze grief faalt. De bij conclusie van repliek (nr. 717) vermeerderde eis van curatoren houdt in dat gevorderd werd een verklaring voor recht dat door gedaagden sub 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 onrechtmatig is gehandeld namens de gezamenlijke crediteuren van Vie d'Or en dat alle gedaagden deswege jegens hen hoofdelijk gehouden zijn tot voldoening van schadevergoeding als in het lichaam van de dagvaarding onder 411 en 413 omschreven. Uit hetgeen hiervoor naar aanleiding van grief I is overwogen volgt dat hun vordering namens de gezamenlijke crediteuren van Vie d'Or, die strekte tot het verkrijgen van schadevergoeding ter grootte van het tekort in de boedel, niet toewijsbaar is. Dit brengt tevens mee dat hun vordering tot het verkrijgen van een verklaring voor recht als door hen bij eisvermeerdering gevorderd evenmin toewijsbaar is, nu curatoren met deze verklaring voor recht in wezen dezelfde vragen aan de orde stellen als in hun vordering tot schadevergoeding, te weten of gedaagden jegens de gezamenlijke crediteuren onrechtmatig hebben gehandeld en of zij deswege tot betaling van schadevergoeding gehouden zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 43407 tot 44549.