Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Alinea 152 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.

9.4 Het hof stelt voorop dat uitgangspunt bij de begroting van de door polishouders geleden schade moet zijn dat de polishouders zoveel mogelijk in de toestand worden gebracht waarin zij zouden hebben verkeerd indien de onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven. Om de omvang van die schade vast te stellen moet eerst worden vastgesteld (i) in welke positie de polishouders zouden hebben verkeerd indien jegens hen niet onrechtmatig zou zijn gehandeld, dat is - naar uit dit arrest blijkt - de (hypothetische) situatie waarin Vie d'Or niet zou zijn gefailleerd en waarin de polissen niet zouden zijn gekort en aan Twenteleven overgedragen. De aldus vast te stellen situatie moet worden vergeleken met de situatie (ii) waarin de polishouders in werkelijkheid zijn komen te verkeren. Het verschil tussen (i) en (ii), indien negatief, is in beginsel de schade van de polishouder die voor vergoeding in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 79804 tot 80739.