Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Alinea 183 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.

10.13 De rechtbank heeft evenwel niet volstaan met het formuleren van de omkeringsregel en de constatering dat de accountants niet hebben aangetoond dat dit risico zich ook zou hebben verwezenlijkt indien het onrechtmatig handelen achterwege zou zijn gebleven. De rechtbank heeft bovendien overwogen dat aannemelijk is geworden dat, indien de accountants vanaf de aanvang van hun onrechtmatig handelen tijdens de werkzaamheden met betrekking tot de jaarrekening 1989 correct en zorgvuldig hadden gehandeld, de problemen bij Vie d'Or reeds in die tijd veel duidelijker en dwingender aan de oppervlakte waren gekomen en ook dat aannemelijk is dat de Verzekeringskamer, indien Vie d'Or de problemen niet zelf zou hebben opgelost, veel eerder ingrijpender maatregelen zoals het benoemen van een stille curator zou hebben getroffen. De rechtbank heeft hier kennelijk toepassing gegeven aan de regel van bewijsrecht, dat de rechter in een gegeven geval op grond van gebleken feiten en omstandigheden tot het voorlopig oordeel kan komen dat, behoudens door de accountants te leveren tegenbewijs, de eiser in het bewijs van causaal verband tussen fout en schade is geslaagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 106707 tot 107887.