Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Alinea 198 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.

12.2 De actuaris heeft voorts betoogd (conclusie van antwoord 2.3) dat de Stichting niet-ontvankelijk is in haar vordering (onderdeel (i) van het petitum) om een verklaring voor recht te verkrijgen dat gedaagden hoofdelijk gehouden zijn jegens alle polishouders schadevergoeding (als omschreven in de dagvaarding onder 411 en 413) te betalen. Een dergelijke vordering zou zich niet verdragen met het verbod van art. 3:305a lid 3 BW. Het hof is hiervoor (r.o. 4.2) echter reeds op enigszins andere gronden tot de slotsom gekomen dat dit onderdeel van de gevorderde verklaring voor recht, in hoger beroep overigens gewijzigd, niet voor toewijzing in aanmerking komt. Het verweer behoeft derhalve geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 119680 tot 120406.