Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Alinea 207 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.

12.6 Allereerst merkt het hof op dat niet blijkt dat de tuchtrechters onjuiste feiten aan hun beslissingen ten grondslag hebben gelegd. De actuaris stelt weliswaar dat hij directie en raad van commissarissen wél (mondeling en schriftelijk) zou hebben ingelicht en gewaarschuwd, maar uit niets blijkt, zeker niet uit de brieven van 2 en 12 augustus 1991, dat hij de waarschuwing heeft gegeven die de tuchtrechters noodzakelijk achtten en de actuaris stelt dit ook niet. Hij stelt immers niet dat hij heeft gewaarschuwd dat de financiële positie van Vie d'Or zich zodanig dreigde te ontwikkelen dat de continuïteit van de onderneming in gevaar kwam en dat hij (of zijn opvolger) zich dus bij ongewijzigd beleid mogelijk niet langer in ongeclausuleerd goedkeurende vorm over de jaarrekening zou kunnen uitspreken. Dit verweer treft daarom geen doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 124623 tot 125486.