Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004
Alinea 208 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.
12.7 Het hof is voorts met de tuchtrechters van oordeel dat de actuaris er in dit geval niet van uit mocht gaan dat de directie de raad van commissarissen wel zou inlichten. Uit de stellingen van de actuaris zelf blijkt immers dat hij zijn functie bij Vie d'Or heeft neergelegd omdat de verhouding met de directie te wensen overliet. De stelling van de actuaris, dat een waarschuwing aan de raad van commissarissen niet paste in de verhoudingen binnen Vie d'Or ziet er aan voorbij dat, ook indien dat juist zou zijn, de situatie bij Vie d'Or zo ernstig was dat de actuaris die waarschuwing toch diende te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 125506 tot 126131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076 | shasum -a 256