Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004
Alinea 210 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.
12.9 De actuaris heeft ten slotte nog aangevoerd (dupliek nrs. 10 t/m 14) dat de Stichting slechts ontvankelijk is in de aan haar gecedeerde vorderingen van oud-polishouders voor zover zij aan die vorderingen ten grondslag legt dat deze polishouders een polis bij Vie d'Or hebben afgesloten op basis van een door gedaagden gewekte schijn van solvabiliteit, maar niet voor zover zij deze vorderingen baseert op het nadeel dat de elf polishouders zouden hebben geleden doordat meer in het algemeen de gezamenlijke crediteuren door toedoen van gedaagden zijn benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden. Naar de opvatting van de actuaris zouden in het laatste geval uitsluitend de curatoren namens de boedel kunnen optreden. Dit verweer stuit reeds af op het oordeel dat de door curatoren tegen de gedaagden ingestelde vorderingen niet toewijsbaar zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 127375 tot 128233.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076 | shasum -a 256