Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Alinea 213 Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 27 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP0151.

13.2 Het verweer van de Verzekeringskamer dat de door de Stichting op grond van art. 3:305a BW ingestelde vordering niet voldoet aan de eis dat deze strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen, adstrueert zij met het betoog dat een optreden van de Verzekeringskamer, dat ertoe leidt dat geen nieuwe polissen gesloten worden, weliswaar de belangen beschermt van de op dat moment toekomstige polishouders, maar vrijwel altijd schade zal berokkenen aan de bestaande polishouders. De belangen van de polishouders zouden aldus niet gelijksoortig zijn. Dit verweer faalt. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de Verzekeringskamer onrechtmatig heeft gehandeld jegens alle (bestaande en toekomstige) polishouders door niet in december 1991 een stille bewindvoerder te benoemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9542e17600f2996154abf1f68226cc57178c541a83d20b2bd27cf91e407b076, en de alinea staat in dat document op bytes 129887 tot 130692.