Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 7 mei 2004
Alinea 42 Gerechtshof 's-Gravenhage 7 mei 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 7 mei 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP9337.
4.4 Het vorenoverwogene impliceert, dat, nu overigens ook geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken op grond waarvan geoordeeld zou kunnen worden dat van [appellant] het overleggen van een deskundigenverklaring in redelijkheid niet kan worden gevergd, de onderhavige loonvordering, gelet op de tekst en strekking van artikel 7:629a BW, niet toewijsbaar was of is. De grief faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09a4591b3bfaacefc28ff7d77c34a522bdbb170ff7d011788b83f5cda7e9fe43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09a4591b3bfaacefc28ff7d77c34a522bdbb170ff7d011788b83f5cda7e9fe43, en de alinea staat in dat document op bytes 15452 tot 15867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09a4591b3bfaacefc28ff7d77c34a522bdbb170ff7d011788b83f5cda7e9fe43 | shasum -a 256