Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 2 november 2004

Alinea 299 Gerechtshof 's-Gravenhage 2 november 2004

Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 2 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AR7401.

3.9.6. Namens belanghebbende is met dagtekening 16 juni 1997 een brief gezonden aan de eenheid Grote Ondernemingen P van de Belastingdienst betreffende te bespreken onderwerpen (bijlage C1 verweerschrift). Eén van deze onderwerpen betrof de opvolging van belanghebbende. Ter voorbereiding van dit onderwerp is bij de brief een memorandum gevoegd in vervolg op een brief van 24 april 1997 en een bespreking van 29 april 1997. In dit memorandum heeft de gemachtigde van belanghebbende de waarde van de winstbewijzen EE B.V. berekend. Hij heeft deze waarde berekend door vermenigvuldiging van de laatst vastgestelde commerciële jaarwinst met de meest recente gemiddelde koers/winstverhouding van een aantal met EE B.V. vergelijkbare aan de beurs genoteerde ondernemingen (de beurswaarde) en deze vervolgens te verhogen met het verschil tussen de intrinsieke waarde van EE B.V. volgens de laatstvastgestelde commerciële balans en het product van de beurswaarde en het gemiddelde percentage eigen vermogen per aandeel van de vergelijkbare ondernemingen. De waarde van de winstbewijzen komt volgens deze berekening van de gemachtigde uit op ƒ gg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45f7fd8220e551fcbe9a95ff98c0d899fd949afcbda51dddf20e9f62be467f85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45f7fd8220e551fcbe9a95ff98c0d899fd949afcbda51dddf20e9f62be467f85, en de alinea staat in dat document op bytes 52492 tot 53649.