Citaat | Gerechtshof 's-Gravenhage 2 november 2004
Alinea 413 Gerechtshof 's-Gravenhage 2 november 2004
Een alinea uit Gerechtshof 's-Gravenhage 2 november 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AR7401.
6.5.2. Gelet op hetgeen onder 3.7.1 is vermeld, is het Hof van oordeel dat aan belanghebbende in het onderhavige jaar, evenals in 1996, 1998 en een gedeelte van het jaar 1999, de a-auto in verband met het verrichten van arbeid door het concern ter beschikking is gesteld. De enkele stelling van belanghebbende dat hem in het onderhavige jaar geen auto door het concern ter beschikking is gesteld, is onvoldoende om anders te oordelen. Niet is gebleken dat belanghebbende de auto tijdens zijn verblijf op Curaçao aan het concern heeft teruggegeven en voorts is niet gebleken dat de auto door belanghebbende in het onderhavige jaar minder dan 1.000 kilometer voor privé-doeleinden is gebruikt. Gelet op de arresten van de Hoge Raad van 23 maart 1983 (nr. 21 588, V-N 1983/831, pt. 19) en 10 februari 1988 (nr. 25 284, BNB 1988/111) heeft de Inspecteur terecht voor het gehele jaar de autokostenfictie van artikel 42, derde lid, van de Wet toegepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45f7fd8220e551fcbe9a95ff98c0d899fd949afcbda51dddf20e9f62be467f85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45f7fd8220e551fcbe9a95ff98c0d899fd949afcbda51dddf20e9f62be467f85, en de alinea staat in dat document op bytes 95062 tot 96024.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45f7fd8220e551fcbe9a95ff98c0d899fd949afcbda51dddf20e9f62be467f85 | shasum -a 256